“Gaat het een beetje daarbinnen?”
Lienke schrikt op wanneer ze Bills stem hoort.
“Ja hoor, alles oke.”
Ze zet zich recht, kijkt zichzelf aan in de spiegel
en ziet haar betraande gezicht.
Zo kan het toch niet verder. Alles doet pijn.
Ze voelt zich misselijk en haar maag ligt in de knoop.
Het lijkt alsof iemand haar mond opengerukt heeft om er cement in te gieten.
Langzaamaan droogt die cement op tot ze niet meer zal kunnen ademen.
Die cement, zijn Bills woorden. “Ik zal haar straks even bellen” spookt het door haar hoofd.
Hoe kon hij dat nou zeggen? Ziet hij dan niet dat ze hier wilt blijven!
Ze wil helemaal niet terug naar die stomme schoolreis!
Het heeft toch allemaal geen zin, waarom zou ze nog moeite doen!
Ze zal toch nooit iets bereiken, dat hebben ze haar altijd gezegd.
Iedereen zei telkens weer dat ze lui was, dat ze iedereen zou verliezen als ze zo doorging.
Maar het kon haar niets schelen of ze alleen was.
Elke dag moest ze die pijn verdragen, helemaal alleen.
In haar eentje moest ze die kwelling doorstaan!
Dus waarom zou ze iemand van hen nodig hebben?
Al wat ze wou, was bij Tom zijn, en dat deed pijn.
Niemand kon haar helpen! Geen mens zou het begrijpen.
Ze zag het nut er allemaal niet meer van in.
Ze kon toch nooit bij Tom zijn, hij was te onbereikbaar.
Althans, dat is wat ze altijd geloofd had.
Maar vandaag had ze in zijn armen gelegen,
hij was er geweest voor haar toen ze hem nodig had.
Maar dan, dan moest Bill zonodig die woorden uitspreken.
“Dan kan je snel terug.” Ze kon het hem nog zo horen zeggen.
Snel terug... Ze wil helemaal niet snel terug, ze wil NOOIT meer terug.
Ze wil bij Tom zijn, al was het maar dat ze hem slechts één seconde bij haar kon hebben.
Het zou haar allemaal zo gelukkig maken! Maar het had geen zin,
ze gingen haar terugbrengen naar haar klas.
En dan, dan zou alles weer zijn zoals het altijd al geweest is:
donker, eenzaam en gebroken.
Na een paar minuten besluit ze toch maar onder de douche te gaan staan.
Het zou haar goed doen, zo kon ze haar tranen wegspoelen.
Terwijl ze douchet, begint ze na te denken. Ze laat zich niet zomaar wegjagen,
ze wil niet terug naar wie of wat ze was! Straks zegt ze het Bill, hij begrijpt het vast wel...
Vastberaden stapt ze de douche uit, droogt zich af en kleedt zich aan.
Ze begint haar haren te kammen en drogen en stapt dan de badkamer uit.
De kamer is leeg, er is niemand te bespeuren.
“Bill? Hallo? Is daar iemand?”
Ze strompelt naar haar tas en propt haar vuile kleren erin.
Ze kijkt naar de kast en ziet een briefje liggen.
'Ben even Tom gaan zoeken, zo terug. Bill,' stond erop geschreven.
Lienke gaat zuchtend aan het raam staan en kijkt naar de lucht.
De wolken ruimen plaats voor de zon en alles lijkt plots mooier.
Hier wil ze voor eeuwig blijven, hier komt alles goed.
Lienke schrikt op wanneer ze Bills stem hoort.
“Ja hoor, alles oke.”
Ze zet zich recht, kijkt zichzelf aan in de spiegel
en ziet haar betraande gezicht.
Zo kan het toch niet verder. Alles doet pijn.
Ze voelt zich misselijk en haar maag ligt in de knoop.
Het lijkt alsof iemand haar mond opengerukt heeft om er cement in te gieten.
Langzaamaan droogt die cement op tot ze niet meer zal kunnen ademen.
Die cement, zijn Bills woorden. “Ik zal haar straks even bellen” spookt het door haar hoofd.
Hoe kon hij dat nou zeggen? Ziet hij dan niet dat ze hier wilt blijven!
Ze wil helemaal niet terug naar die stomme schoolreis!
Het heeft toch allemaal geen zin, waarom zou ze nog moeite doen!
Ze zal toch nooit iets bereiken, dat hebben ze haar altijd gezegd.
Iedereen zei telkens weer dat ze lui was, dat ze iedereen zou verliezen als ze zo doorging.
Maar het kon haar niets schelen of ze alleen was.
Elke dag moest ze die pijn verdragen, helemaal alleen.
In haar eentje moest ze die kwelling doorstaan!
Dus waarom zou ze iemand van hen nodig hebben?
Al wat ze wou, was bij Tom zijn, en dat deed pijn.
Niemand kon haar helpen! Geen mens zou het begrijpen.
Ze zag het nut er allemaal niet meer van in.
Ze kon toch nooit bij Tom zijn, hij was te onbereikbaar.
Althans, dat is wat ze altijd geloofd had.
Maar vandaag had ze in zijn armen gelegen,
hij was er geweest voor haar toen ze hem nodig had.
Maar dan, dan moest Bill zonodig die woorden uitspreken.
“Dan kan je snel terug.” Ze kon het hem nog zo horen zeggen.
Snel terug... Ze wil helemaal niet snel terug, ze wil NOOIT meer terug.
Ze wil bij Tom zijn, al was het maar dat ze hem slechts één seconde bij haar kon hebben.
Het zou haar allemaal zo gelukkig maken! Maar het had geen zin,
ze gingen haar terugbrengen naar haar klas.
En dan, dan zou alles weer zijn zoals het altijd al geweest is:
donker, eenzaam en gebroken.
Na een paar minuten besluit ze toch maar onder de douche te gaan staan.
Het zou haar goed doen, zo kon ze haar tranen wegspoelen.
Terwijl ze douchet, begint ze na te denken. Ze laat zich niet zomaar wegjagen,
ze wil niet terug naar wie of wat ze was! Straks zegt ze het Bill, hij begrijpt het vast wel...
Vastberaden stapt ze de douche uit, droogt zich af en kleedt zich aan.
Ze begint haar haren te kammen en drogen en stapt dan de badkamer uit.
De kamer is leeg, er is niemand te bespeuren.
“Bill? Hallo? Is daar iemand?”
Ze strompelt naar haar tas en propt haar vuile kleren erin.
Ze kijkt naar de kast en ziet een briefje liggen.
'Ben even Tom gaan zoeken, zo terug. Bill,' stond erop geschreven.
Lienke gaat zuchtend aan het raam staan en kijkt naar de lucht.
De wolken ruimen plaats voor de zon en alles lijkt plots mooier.
Hier wil ze voor eeuwig blijven, hier komt alles goed.